| Inloggen
Bij het uitkomen van deze nieuwsbrief zijn we volop bezig met De Grote Kersttijd. Een bijzondere periode waarin we het licht, in een tijd dat het buiten steeds donkerder wordt, naar binnen brengen en heel bewust de winter tegemoet treden. Dat doen we in onszelf, maar vooral samen.
De Grote Kersttijd begint op 11 november met het eerste lichtfeest Sint Maarten, 40 dagen voor Kerst en eindigt op 2 februari met het laatste lichtfeest, de Maria Lichtmis. Op 11 november worden de lantarentjes aangestoken en we brengen het licht van buiten naar binnen en bereiden we ons voor op wat gaat komen (advent). Sint Maarten deelde zijn mantel met een bedelaar. Door iets met iemand te delen, maak je hem deelgenoot en ga je een gemeenschap aan.
Genezend is alleen,
wanneer in de spiegel van de mensenziel
zich de hele gemeenschap vormt,
en als in de gemeenschap leeft
de kracht van het individu.
Rudolf Steiner, 1922
Alle versierde pompoenen die in de huizen, werkplaatsen en op kantoor zijn gemaakt, laten we op 11 november in de dagopening branden. Daar vertellen we vaak een verhaal bij en zingen we Sint Maartenliederen. 's Middags verbeelden we in een toneelstukje hoe Sint Maarten zittend op zijn paard zijn mantel deelt met de bedelaar, waarna we genieten van een gezamenlijke maaltijd met pompoensoep en pannenkoeken. Na de maaltijd gaan de kinderen van het Maartenhuis met hun lantarentjes bij de huizen liederen zingen voor de bewoners en krijgen ze wat lekkers.
Vier zondagen voor Kerst begint de adventtijd. Elke zondag komen we samen in Artaban voor een adventviering. Elke werkdag komen we in stilte Artaban binnen, waar de adventkaars al brandt en er bij binnenkomst rustige muziek klinkt. Tijdens de vier adventsweken wordt elke werkdag een (vervolg)verhaal verteld. Maandag het verhaal van Jozef en Maria, dinsdag van de herders, woensdag van de engelen en vrijdag van de drie koningen. We volgen hen op hun reis naar Bethlehem, waar Jezus in de stal wordt geboren. ’s Avonds herhalen we de verhalen in de huizen.
De eerste adventweek wordt gevormd door de mineralenwereld (fysiek lichaam), de tweede week komt de plantenwereld erbij (etherlichaam), de derde week de dierenwereld (astraallichaam) en de vierde week de mensenwereld (het IK). Elke week wordt er een extra kaars gebrand, zodat het licht groeit. Op Kerstavond versieren we de huizen en de kerstboom met kaarsjes en lichtjes, zodat met Kerstmis het huis mooi wordt verlicht.
Tijdens de adventstijd worden twee Oberuferspelen opgevoerd. Het Paradijsspel, waar Adam en Eva uit het Paradijs worden verdreven, en het Kerstspel. Daarin spelen we de verkondiging van de engel Gabriël aan Maria, de tocht van Jozef en Maria naar Bethlehem, de geboorte van Jezus en de herders die van de engel Gabriël horen dat de Messias is geboren en hem geschenken brengen.
Adam en Eva worden uit het Paradijs verdreven (24 december): de reine ziel van de mens raakte steeds verder verwijderd van de Goddelijke oorsprong om geheel aardemens te kunnen worden, de schepping was voltooid.
De geboorte van Christus (25 december) was het begin van de vergeestelijking van de mens en de aarde, de mens kreeg weer Goddelijk bewustzijn. Van menswording vanuit het Paradijs naar de geboorte van de Goddelijke mens.
Op 6 januari vieren we Driekoningen. De drie wijzen Caspar, Melchior en Balthazar komen aan in de stal van Bethlehem en schenken het kindje Jezus mirre, goud en wierook. Op het Maartenhuis vieren we deze dag met een verhaal, gezamenlijke koffie en een Driekoningencake waarin een boon zit verstopt. Degene die de boon vindt, is die dag de koning.
We sluiten de Grote Kersttijd af op 2 februari, 40 dagen na Kerst, met het laatste lichtfeest, Maria Lichtmis. De kaarsresten van de afgelopen periode smelten we om en graven we in de aarde waar ze branden tot ze op zijn. Een eerbetoon aan de aarde waar het nieuwe leven alweer tevoorschijn komt. Het licht van binnen brengen we weer naar buiten.
Terug naar nieuwsoverzicht